| Hij: Ik heb het
niet over oorlog, ik heb het over liefde.
Zij: Is dat dan niet hetzelfde?
Hij: Ze hebben niets met elkaar te maken! Oorlog maakt je soms zo kapot
dat je haar zou willen verliezen.
Zij: Dat is exact wat ik wou zeggen.
Hij: En Montmartre?
Zij: Montmartre was daarvoor.
Hij: Waarvoor?
Zij: Voor de oorlog.
Ze neemt de fles whisky van de bar.
Zij: Voor de liefde. Nog een glas?
Ze schenkt twee nieuwe glazen uit.
Hij: Danku.
Zij: Weet je, het leuke met whisky is dat je ver heen kan zijn zonder
degenen waarvan je houdt te hoeven verlaten. As je van iemand houdt
natuurlijk.
Ze drinkt haar glas in één teug leeg.
Zij: Ik heb ook veel gezien, prachtige landschappen, indrukwekkende
kleuren. Ook ik heb het koud gehad. Zo verschrikkelijk koud. Ik heb
prinsen ontmoet. En de dood in de ogen gekeken.
Hij: Marie!
Zij: Hoe weet je hoe ik heet? Ze hadden het natuurlijk over mij, op
een cargo tussen Tokyo en Singapore? Matrozen houden van vunzige verhalen.
Hebben ze je gezegd dat ik een prinses was, achtergelaten door haar
grote liefde, een zwarte god met een ziel even wit als de wolken, waarin
je zacht en wollig tot rust kon komen? Nee? Dan hebben ze gelogen. Zoals
je weet zijn alle zeemannen leugenaars.
Hij: Marie!!
Hij grijpt haar arm en ze duwt hem weg. “Laat mij met rust! Waarom
ben je in godsnaam gekomen?! Ga weg!!”
Hij trekt haar terug naar zich toe en sluit haar in zijn armen. “Marie…”.
Zij: Je zou nu gewoon beter vertrekken. Het was fijn om met je te praten,
maar we houden dit niet vol. We kunnen niet doen alsof. Morgen is het
te laat. Als je morgen weggaat, na me gekust te hebben, en geknuffeld,
na me gevraagd te hebben of ik nog steeds van je hou, na mijn lippen
verbrand te hebben met je winterse zon, als je dan weggaat, ga ik dood.
Zeker.
Hij: Ik ga niet meer weg.
Zij: Waarom? Waarom ben je terug gekomen?
Hij: Soms gebeurt het dat een ridder, in het midden van een kruistocht,
gekweld wordt door de afwezigheid van een prinses. Een verlies dat meer
pijn doet dan een zwaardslag.
Zij: Ik begrijp het niet.
Hij: Hij hield van haar onwetendheid, de schoonheid van haar ideëen,
haar zwakheden, Haar verwondering wanneer hij het had over de wind en
de zee. Hij hield van haar stem als ze zei:
continúa
[1] [2]
[3] [4]
[5]
[6]
[7]
[volver al index]
|